LEGENDE

DE LEGENDE VAN RINUS


Mijn naam is Rinus en ik ben een praam.

Ik ben een kleine eeuw geleden gebouwd door vier paar handen aan een oever. Ergens in het meest westelijke gedeelte van wat jullie mensen Europa noemen. Als ik iets heb geleerd in de vele jaren dat ik in het water lig, is het wel dat plekken, plaatsen of havens weinig uitmaken. Mensen wel. Daarom vertel ik jullie dit verhaal. Zodat jullie weten aan welke mensen ik mijn vaart te danken heb.

Nu zult u zich misschien afvragen: Wanneer begint het leven van een praam? Daarom antwoord ik u: Het leven van een praam begint bij de eerste vaart. In de allereerste kennismaking met het water wordt de ziel van de zee zachtmoedig geslagen in het staal dat u draagt. Staal gemaakt van het stevigste metaal dat de jongens Schipper konden vinden. Vader Rinus Schipper, naar wie ik vernoemd ben, had zijn drie zonen de opdracht gegeven in de lente van 1915. Hij had namelijk een idee. Het ijs in de steden vormde tijdens de winter elk jaar weer een probleem voor de vele pramen en binnenvaartschepen die door de grachten moesten manoeuvreren. De aan en afvoer van goederen, en zo ook de economie van de stad, leed hier zwaar onder. Daarom werd ik gebouwd door de handen van de zonen en de vader. Ik, de eerste ijs brekende praam. Mijn boeg werd speciaal gevormd voor de ijzige taak en mijn bodem werd flink verstevigd.

In de winter van 1916 had ik mijn vuurdoop (zie foto). Vreemd genoeg vond deze niet plaats in mijn thuishaven (Groningen) maar in de ietwat meer westelijk gelegen stad Leeuwarden. Hoewel de stedelingen eerst vooral sceptisch waren en de jongens belachelijk maakten vanwege hun verspilde moeite (‘dat vlotje breekt geen ijs al zat het op een hoorntje’), verstomden de beledigingen toen ik een aanwinst voor de binnenvaart bleek. De familie Schipper had hun opdracht goed uitgevoerd. Tientallen jaren lang heb ik gevaren met de vader en de jongens aan boord. In de warme maanden als eenvoudige praam, maar in de winterse maanden als breker voor de binnenvaart.

Na de oorlog werden de steden steeds minder afhankelijk van het water. De automobiel werd gemeengoed voor vele mensen en transport ging nu steeds vaker via deze apparaten. Pa Schipper had maar een hekel aan de automobilisering. Hij snapte niet waarom er zoveel lof werd toebedeeld aan die ‘lompe lucht vervuilende roestbakken met wielen’. En vooral ook waarom er zoveel asfalt moest komen te liggen. Ik was het met hem eens. Omdat de zonen nog maar weinig beroep op mij deden en de vader zijn oude dag liever in rust wou doorbrengen, vertrokken we naar rustiger vaarwater. Een klein dorp dichtbij de westkust werd ons nieuwe thuis. Tijdens de vele kleine, vaak onnodige tochtjes die we maakten, leerde ik vader Schipper pas écht kennen. De oude man met het verweerde grijze gezicht bleek niet onaangedaan door de oorlogsjaren te zijn gekomen. In zijn hart droeg hij een grote last. Of dit iets met mevrouw Schipper te maken heeft gehad ben ik helaas nooit achter gekomen.

In de zomer van 1954 stierf Rinus tijdens het vissen. Een snoekbaars trok iets te levenslustig aan de hengel en de inspanning die de volhardende vader Rinus moest doen om de vis in bedwang te houden was te veel belasting voor zijn oude hart. Ik heb hem naar de wal gevaren. Volgend op zijn dood was er veel discussie over mij. Ik behoorde tot de jongens maar geen van hen had plek voor mij om te liggen. Daarom werd ik uit het water gehaald en gestald bij een boer om vervolgens vergeten te worden. Wat een pensioen he? Kippen poepten, ratten knaagden en als ik echt mazzel had dan urineerde de hond (zo’n verrekte labrador) tegen mijn boeg. Het enige positieve dat ik tijdens die donkere decennia heb meegemaakt waren de schuurfeesten. Tegen het einde van deze losbandige met drank overgoten fuifjes deed ik soms dienst als liefdes loft. Niet geheel onvermakelijk maar ook weer niet waarvoor ik gemaakt ben.

Goed, op één van die schuurfeesten werd naar mij geïnformeerd. Twee jongens met een blosje van de Beerenburg kwamen samen met de boer mij inspecteren. De boer wist ze veel te vertellen over mijn memorabele geschiedenis en de jongens wisten daarentegen de boer veel te vertellen over een eventuele eerbiedwaardige toekomst. Ik zou weer dienst kunnen doen in de binnenvaart! Mijn roer stond te popelen om weer in het water te kunnen liggen. Enkele weken later werd ik met een lach en een traan verkocht en verscheept, terug naar oude wateren, terug naar Groningen. Na een korte maar krachtige renovatie doe ik hier nu met liefde dienst als pleziervaartuig voor zij die van de grachten willen genieten met een hapje en een drankje. Vaar gerust eens met mij mee.

Ik ben Rinus, en dit was mijn verhaal.

DE PRAAM VAN GRONINGEN

KOM VAREN MET DE RINUS


Rinus is de praam van Groningen. Het schip werd honderd jaar geleden in Groningen gebouwd en na lang dienst te hebben gedaan als vervoermiddel voor vee en landbouwproducten is Rinus aan lager wal geraakt. In 2012 is Rinus in zeer slechte staat op het land gevonden. Rinus is met veel zorg en liefde helemaal weer opgeknapt voor zijn oude dag. Nu doet Rinus, geheel gestoffeerd, voorzien van een bar en een geluidsinstallatie, dienst als exclusieve rondvaartboot in de grachten van Groningen en de meren rondom de stad.